Vragentypes

De vragentypes die op dit ogenblik door de Lesmodule ondersteund worden zijn:

  1. Meerkeuzevragen Dit is het standaard vragentype. Meerkeuzevragen zijn een populair vragentype waarbij de leerling een antwoord kiest uit een lijst van alternatieven. Het juiste antwoord stuurt de leerling verder in de les, het foute antwoord doet dat niet. De foute antwoorden worden soms de "afleiders" genoemd. De kwaliteit van meerkeuzevragen wordt soms meer bepaald door de kwaliteit van de afleiders dan door de kwaliteit van de vraag of die van het juiste antwoord..

    Elk antwoord kan optioneel een respons hebben. Als er geen respons voor een antwoord gegeven is, dan wordt als standaardrespons "Dat is het juiste antwoord" of "Dat is het foute antwoord" aan de leerling getoond.

    Het is mogelijk om meer dan één juist antwoord te hebbn in een meerkeuzevraag. De verschillende juiste antwoorden kunnen de leerling verschillende respons geven en laten verderspringen naar verschillende pagina's in de les, maar geven de leerling geen verschillend cijfer (hiermee wordt bedoeld dat sommige antwoorden niet meer juist kunnen zijn dan andere, toch niet wat het cijfer betreft). Het is mogelijk om alle antwoorden juist te laten zijn en de leerling naar verschillende delen van de les te sturen, afhankelijk van welke keuze gemaakt wordt.

    Een variant op de meerkeuzevragen zijn de "Meerkeuze met meerdere antwoorden" vragen. Deze vragen van de leerling om alle juiste antwoorden van de set te kiezen. In de vraag kun je al dan niet aangeven hoeveel antwoorden de leerling moet geven. Voorbeeld: "Wie van volgende personen waren Amerikaanse presidenten" geeft het aantal niet aan, terwijl "Kies van volgende personen de twee Amerikaanse presidenten" wel het aantal aangeeft.Het aantal juiste antwoorden kan variëren van één tot het volledige aantal keuzes. (Een meerkeuzevraag met meerdere antwoorden is anders dan een gewone meerkeuzevraag, omdat die de leerling de mogelijkheid open laat om meer dan één antwoord te geven, terwijl een gewone meerkeuzevraag slechts één antwoord toelaat.)

    De juiste antwoorden leiden naar een sprong vooruit in de les, de foute antwoorden naar dezelfde pagina of een achterwaartse sprong. Wanneer er meer dan één juist antwoord is, dan kunnen de sprongen best naar dezelfde pagina wijzen, zowel voor de juiste als voor de foute antwoorden. Als dat niet zo is, dan krijgt de leraar een waarschuwing op zijn beheerpagina van de les. De respons voor juiste antwoorden moet, indien nodig, aan het eerste juiste antwoord gegeven worden, en voor foute antwoorden, als nodig, aan het eerste foute antwoord. Respons bij de andere antwoorden wordt zonder waarschuwing genegeerd.

  2. Kort Antwoord De leerling wordt gevraagd een kort stukje tekst te geven. Dit stukje tekst wordt vergeleken met één of meer mogelijke antwoorden. Antwoorden kunnen ofwel juist ofwel fout zijn. Elk antwoord kan optioneel een respons krijgen. Als er geen respons ingegeven wordt, dan wordt de standaardrespons aan de leerling getoond: Voor een juist antwoord is dat "Dat is het juiste antwoord" en voor een fout antwoord "Dat is het foute antwoord ". Als de tekst die de leerling geeft niet overeenkomt met één van de antwoorden, dan is de vraag slecht beantwoord en krijgt de leerling standaard de foutrespons te zien.

    Standaard worden hoofdletters en kleine letters genegeerd. Er is een optie om de controle van de antwoorden hoofdlettergevoelig te maken.

    Het sterretje (*) kan als jokerteken in antwoorden gebruikt worden. Het staat voor een willekeurig aantal tekens (geen teken inbegrepen). Bij bevoorbeeld het antwoord "Lang* " wordt "langer " , " langste " , ... juist gerekend. Als één van de antwoorden alleen maar een sterretje bevat, dan past daar elk antwoord, wat gewoonlijk als laatste antwoord gebruikt wordt om alle antwoorden op te vangen. (als een sterretje als antwoord moet kunnen gegeven worden, gebruik er dan een backslash voor (\*)

  3. Waar/Niet waar Het antwoord op dit type vraag heeft slechts twee opties: waar of niet waar. De leerling wordt gevraagd welk van de twee juist is. Dit type vraag is eigelijk een meerkeuzevraag met maar twee keuzemogelijkheden.

  4. Koppelvragen Dit zijn vrij krachtige en flexibele vragen. Zij bestaan uit een lijst namen of stellingen die juist gekoppeld moeten worden aan een andere lijst namen of stellingen. Bijvoorbeeld: "Koppel de hoofdstad aan het land" met de twee lijsten Japan, Canada, Italië en Tokyo, Ottawa, Rome. Het is mogelijk om in één van de lijsten eenzelfde stelling te herhalen, maar toch best op te letten met identieke stellingen. Bij voorbeeld "Identificeer het type van volgende dieren" met de lijsten spreeuw, koe, mier, hond en vogel, dier , insect, dier.

    Wanneer je dit type vraag maakt, plaats je de eerste lijst in de antwoordvakken en de items voor de tweede lijst in de responsvakken. Eens aangemaakt wordt er een zinniger labelschema getoond. Als de leerling de items juist koppelt, dan wordt de sprong bij het eerste antwoord gebruikt. Bij een fout antwoord springt de pagina naar diegene die bij het tweede antwoord aangeduid is. De vraag ondersteunt geen aangepaste respons. De leerling wordt verteld hoeveel koppelingen juiste zijn of hij krijgt te zien dat alle antwoorden koppelingen juist zijn.

    In tegenstelling tot bij de meerkeuzevragen waar de antwoorden in willekeurige volgorde getoond worden, wordt de eerste lijst met items niet door elkaar gehaald, maar in de zelfde volgorde getoond als hij ingevoerd is. Dat maakt het mogelijk om "rangschik vragen" te maken. Als je als vraag bijvoorbeeld neemt"Zet volgende personen in de volgorde van hun geboortedatum, de oudste eerst" met als lijsten 1, 2, 3, 4 en Longfellow, Lawrence, Lowell, Larkin. De tweede lijst wordt door elkaar gehaald voor hij aan de leerling getoond wordt, natuurlijk.

  5. Numeriek Dit vraagtype eist een getal als antwoord. In zijn eenvoudigste vorm moet je slechts één antwoord opgeven. Bijvoorbeeld "Hoeveel is 2 plus 2" met het antwoord 4 dat de sprong vooruit toegewezen krijgt. Het is echter mogelijk om een bereik op te geven omdat de interne afronding van numerieke waarden een enkel numeriek als juist of als fout kan doen interpreteren. Daarom is het nodig voor vragen als "Hoeveel is 10 gedeeld door 3" een antwoord te geven als minimum:maximum, twee waarden gescheiden door een dubbele punt (:). Dus als 3.33:3.34 als accepteerbaar bereik voor het antwoord gegeven wordt, dan zijn de antwoorden 3.33, 3.333, 3.3333... allemaal juiste antwoorden. /7quot;Foute" antwoorden zounden dan 3.3 (kleiner dan het minimum) en 3.4 (groter dan het maximum) zijn.

    Meer dan één juist antwoord is mogelijk en de antwoorden kunnen ofwel enkele ofwel gepaarde waarden zijn. Merk op dat de volgorde waarin de antwoorden gecontroleerd worden Antwoord 1, Antwoord 2,... is; er moet dus wat zorgzaam omgesprongen worden met de respons die moet verschijnen. Bijvoorbeeld de vraag: "Wanneer is Larkin geboren " kan als enkele waarde 1922 krijgen, het juiste antwoord, en een antwoordenpaar 1920:1929. Het eerste antwoord zou dan als respons "Dat is exact", terwijl het ander antwoord als respons "Dat is dichtbij, je hebt toch al het juiste decennium gegeven".

    Je kunt ook foute antwoorden ingeven, maar afhankelijk van hun bereik kun je ze best na de juiste antwoorden plaatsen. Bijvoorbeeld om het foute antwoord 3:4 in te geven bij de "10 gedeeld door 3" vraag, moet je dat doen na het juiste antwoord. De antwoorden moeten als volgt gerangschikt zijn: 3,33:3,34 (het "juiste" antwoord) en dan 3:4 (het "foute", maar niet helemaal foute antwoord!).

Index helpbestanden
Toon dit helpbestand in het English